Koffiesoorten

Arabica en Robusta

De koffieplant behoort tot het geslacht van de Coffea van de familie Rubiacceeën Er zijn veel Coffea soorten, maar voor de koffiecultuur zijn er twee écht belangrijk: de Coffea Arabica en de Coffea Robusta. Deze koffie groeit in gebieden rond de evenaar, ook wel de koffiegordel genoemd. De koffieplanten groeien op een hoogte van 1.800 meter of meer, waar de omstandigheden om koffie te verbouwen zoals temperatuur, hoogteligging, vochtigheidsgraad van de lucht, zonuren en wind uitzonderlijk gunstig zijn. 

De Arabica is de geurige soort en zorgt voor een goed aroma. De Robusta geeft de kleur aan de koffie en zorgt voor een mooie crèmelaag. Het mengen van deze soorten op  kleur, geur en andere eigenschappen is het werk van de koffiemelangeur.

ARABICA KOFFIE

Wereldwijd groeien er circa 9 miljard Arabica struiken. De plant gedijt in landen met een warm en vochtig klimaat, vooral in Midden- en Zuid Amerika. De ongebrande Arabica bonen zijn rond maar lopen vaak spits toe. De kleur van de bonen loopt uiteen van geelachtig tot groen- of  blauwgrijs. De Arabica boon heeft een milde smaak, een fijne geur en is wat minder krachtig dan de Robusta boon.

ROBUSTA KOFFIE

De Robusta wordt in gebieden geteeld, waar de Arabica – die wat teerder is – minder goed gedijd; vooral in Afrika en Azië. De nog ongebrande Robusta-bonen zijn kleiner, ronder en iets zwaarder dan de ongebrande Arabica-bonen. De bonen hebben over het algemeen een bruingroene kleur. De Robusta boon is iets krachtiger en harder van smaak dan de Arabica boon. Verder heeft de Robusta koffie als voordeel dat de opbrengsten van de plantages hoger zijn dan van de plantages met Arabica planten. Daarnaast is de Robusta plant beter bestand tegen schadelijke invloeden van buitenaf. Wereldwijd zijn er in totaal ongeveer 3 miljard Robusta struiken.